Dit onderzoek focust op de invloed van zangactiviteiten binnen individuele koperlessen op de leesvaardigheid en het auditief voorstellingsvermogen van leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs. Vanuit de vaststelling dat leerlingen vaak technisch of motorisch musiceren, onderzoekt deze masterproef op welke manier systematische integratie van zang kan bijdragen aan een sterker innerlijk muzikaal begrip en een nauwkeurigere toonvoorstelling.
De centrale onderzoeksvraag luidt: “Op welke manier beïnvloedt de systematische integratie van zangactiviteiten binnen individuele koperlessen de leesvaardigheid en het auditief voorstellingsvermogen van de leerlingen?”. Om deze vraag te onderzoeken werd gebruikgemaakt van een combinatie van literatuurstudie, interviews en een praktijkgericht onderzoek en experiment met dertien leerlingen hoorn en een leerling trompet uit voornamelijk de tweede graad van het deeltijds kunstonderwijs.
De literatuurstudie steunt voornamelijk op de theorie van Edwin E. Gordon rond audiatie, waarbij muziek innerlijk wordt gehoord en begrepen vóór ze uitgevoerd wordt. Tijdens het praktijkonderzoek kregen leerlingen zichtleesoefeningen waarbij een deel van de oefening meteen gespeeld werd en een ander deel eerst gezongen werd alvorens het gespeeld werd op het instrument.
De resultaten tonen aan dat zingen voor de meeste leerlingen een positieve invloed had op auditief voorstellingsvermogen, toontreffen en leesaccuraatheid. Tegelijk bleek het effect afhankelijk van factoren zoals leeftijd, eerdere zangervaring en de manier waarop leerlingen muziek intern verwerken. Het onderzoek benadrukt daarmee het belang van auditief muzikaal denken binnen het koperonderwijs en suggereert dat zingen een waardevolle pedagogische aanvulling kan vormen binnen individuele instrumentlessen.