Danzel Hoever
Spreken jongeren teltaal?


Mentoren:
Toon Van Dionant

Dit onderzoek onderzoekt op welke manier teltaal kan bijdragen aan de ontwikkeling van

ritmische vaardigheden bij leerlingen van het eerste jaar van de tweede graad binnen het deeltijds

kunstonderwijs (DKO), en hoe deze context het pedagogisch-didactisch handelen van de leraar

beïnvloedt. De studie combineert een beknopte literatuurstudie met praktijkgericht onderzoek

bestaande uit een interventietraject in slagwerklessen en participerende observaties in twee MCV-

klassen waarin gewerkt werd met teltaal en de Kodály-methode.

De resultaten suggereren dat teltaal binnen deze onderzoekscontext een ondersteunende rol kan

spelen bij het begrijpen en uitvoeren van ritmische structuren. Tegelijkertijd blijkt de effectiviteit

sterk te verschillen tussen leerlingen en samen te hangen met factoren zoals leeftijd en de mate

waarin telwoorden geautomatiseerd zijn. Bij jonge leerlingen bleek een ervaringsgerichte aanpak

belangrijk, waarbij ritmes eerst auditief, motorisch en muzikaal worden ervaren alvorens

theoretische concepten expliciet aan bod komen.

Daarnaast wijzen de resultaten erop dat de effectiviteit van teltaal nauw verbonden is met de

didactische aanpak van de leraar. Differentiatie, actieve werkvormen, herhaling en een

stapsgewijze introductie van conceptuele elementen lijken hierbij een belangrijke rol te spelen.

Hoewel het onderzoek geen algemene uitspraken doet over specifieke ritmemethodes, biedt het

wel verkennende inzichten in de manier waarop teltaal functioneert binnen het ritmeonderwijs in

het DKO.