Dit onderzoek onderzoekt op welke manier teltaal kan bijdragen aan de ontwikkeling van
ritmische vaardigheden bij leerlingen van het eerste jaar van de tweede graad binnen het deeltijds
kunstonderwijs (DKO), en hoe deze context het pedagogisch-didactisch handelen van de leraar
beïnvloedt. De studie combineert een beknopte literatuurstudie met praktijkgericht onderzoek
bestaande uit een interventietraject in slagwerklessen en participerende observaties in twee MCV-
klassen waarin gewerkt werd met teltaal en de Kodály-methode.
De resultaten suggereren dat teltaal binnen deze onderzoekscontext een ondersteunende rol kan
spelen bij het begrijpen en uitvoeren van ritmische structuren. Tegelijkertijd blijkt de effectiviteit
sterk te verschillen tussen leerlingen en samen te hangen met factoren zoals leeftijd en de mate
waarin telwoorden geautomatiseerd zijn. Bij jonge leerlingen bleek een ervaringsgerichte aanpak
belangrijk, waarbij ritmes eerst auditief, motorisch en muzikaal worden ervaren alvorens
theoretische concepten expliciet aan bod komen.
Daarnaast wijzen de resultaten erop dat de effectiviteit van teltaal nauw verbonden is met de
didactische aanpak van de leraar. Differentiatie, actieve werkvormen, herhaling en een
stapsgewijze introductie van conceptuele elementen lijken hierbij een belangrijke rol te spelen.
Hoewel het onderzoek geen algemene uitspraken doet over specifieke ritmemethodes, biedt het
wel verkennende inzichten in de manier waarop teltaal functioneert binnen het ritmeonderwijs in
het DKO.