Sinds het niveaudecreet van 2018 zijn zes kerncompetenties gelijkwaardig opgenomen in het Vlaamse deeltijds kunstonderwijs (DKO), waaronder creëren en (drang tot) innoveren. In de praktijk blijkt deze competentie echter moeilijk concreet vorm te krijgen, zeker in de tweede graad instrumentonderwijs. Dit onderzoek onderzoekt daarom hoe werkvormen bij eerstejaarsleerlingen elektrische gitaar deze competentie kunnen stimuleren.
Via vijf semigestructureerde interviews met gitaarleerkrachten, een leerplanontwikkelaar en een creativiteitsonderzoeker werd eerst de beginsituatie in kaart gebracht. Vervolgens werden twee lessenreeksen uitgevoerd: een filmmuziekreeks in Oostende en een bijgestuurde dominoreeks in Zomergem. De lessen werden onderzocht aan de hand van video-opnames, leerlingenbevragingen en focusgroepgesprekken.
De resultaten tonen aan dat open creatieve opdrachten bij graad 2.1 vaak remmend werken. Creativiteit neemt juist toe wanneer duidelijke beperkingen worden opgelegd, zoals een vast filmfragment, een beperkte notenset of een vaste akkoordprogressie. Binnen die structuur durven leerlingen meer experimenteren. Daarnaast blijkt creativiteit een doeltreffend middel om theoretische leerstof dieper te verankeren. Op basis van het onderzoek werden twee lessenreeksen en zeven concrete didactische richtlijnen voor instrumentdocenten binnen het DKO ontwikkeld.