Our lungs, more than any other organ, connect our bodies to the outside world. As air moves in and out through our lungs, the boundaries between our bodies and the outside world become blurred. Between our bodies and one another, between the outside world and the outside world.
This movement of air turns us into one big mass. One long mass.
Daar boven de uitgang of vooraan achter het altaar. Soms links en rechts van je, altijd perfect gespiegeld ten opzichte van de middenas van de kerk. Het orgel staat er dreigend bij. Alsof het een laatste oordeel uitroept over de gelovigen. Of tegenwoordig over de horden toeristen die zich al fluisterend een weg banen langs de zijbeuken van de gotische kathedraal. Horror vacui, alomtegenwoordig in de kathedraal. De angst voor de leegte.
Ik beeld me in dat het orgel ons kan meezuigen in een leegte. We moeten opletten. Ons niet te veel laten meeslepen door het gedreun van de organist.
Voor je het weet sleuren de pijpen van het orgel zo hard aan je, dat je je niet meer kan vasthouden. Je voelt langzaam de grond van onder je voeten verdwijnen. Je wordt helemaal in de richting van dat dreigende ding getrokken. Dan halen ze je door de lange pijpen, die lange smalle pijpen waar je misschien net doorheen past. Je gaat razendsnel maar het lijkt toch een eeuwigheid te duren. Aan het einde van de lange metalen pijpen wordt er met zo’n kracht aan je getrokken tot je er eindelijk helemaal doorheen bent. En ineens sta je daar. In een leegte. Niets om je heen.