Ik ben het beu dat er voortdurend wordt beweerd dat jongeren te veel tijd online doorbrengen. Het is een afgezaagde kreet, zo vaak herhaald dat het zijn scherpte heeft verloren. Ik ben het er zeker wel mee eens, maar wat moet ik daar dan mee?
Hoe haal ik dit passieve online archief, dat elke dag maar blijft groeien, terug naar de werkelijkheid? Ik scroll door mijn meer dan 200.000 afbeeldingen, en er is geen weg naar binnen. Geen ingang. Het is een eindeloze woestijn die zich uitstrekt zonder herkenningspunten.
Wat me wel opvalt, zijn patronen die stilletjes iets over mij onthullen; een fixatie op mode, op het verlangen om in contact te komen met luxueuze stoffen, draperingen, texturen, en de onmogelijkheid om dat volledig te doen. In plaats daarvan bewaar ik ze in een overvolle camerarol-garderobe. Elk ‘beeld’ is door vele handen gegaan, waarbij kennis zich verplaatst van stof naar patroon naar etalage naar mijn lens. Het leven is co-creatie en nu is het mijn beurt om daarin een rol te spelen. De camera houdt het moment een seconde vast, maar het is tijd om het weer in beweging te zetten.
Ik abstraheer mijn verlangen, leer er het vak door, verzamel mijn beelden en materialen en presenteer ze aan jullie als opeenstapelingen van een onuitgesproken verlangen: een verzameling objecten, prints en interpretaties van een digitaal spoor. Een aura. Een altijd onafgemaakt project. Een voortdurende cyclus.
A working title.