Gray Vogelaers
Onvast


Mentoren:
Paul Casaer
Jonas Roelens
Kasper Andreasen

Links:
@Grijzke
@Grijzkes

Ik ben die vuile,

hyperactieve,

emotieloze,

manipulatieve,

oversekste,

Slet.

 

 

Ik ben te excentriek, ik hoor er niet bij. Maar oude geile mannen, die vaak een vrouw en kinderen hebben, willen mij. Ze willen mij met alle plezier wel eens goed laten voelen. En dat voelt wel goed, maar dat gevoel is ook maar louter tijdelijk. Tijdens seks is het allemaal wel heel leuk, maar het geeft geen voldoening. Het helpt niet met mijn intussen opgebouwde – bijna permanente – verlangen naar aandacht.

 

Mijn werk begint uit het lichaam, niet vanuit anatomische correctheid, maar vanuit een zoektocht naar wat een lichaam nog is wanneer herinnering, emotie, en spanning erin aanwezig blijven.

 

Controle en het verlies van controle, lichamelijkheid en vervorming. Figuren verschijnen in fragmenten, lossen op en ze weigeren stil te staan. Ik wil lichamen niet vastleggen; ik wil tonen hoe ze verschuiven via een herinnering of een beweging. Het lichaam produceert betekenis vooraleer ik die begrijp.

 

Mijn hand beweegt sneller dan mijn denken, mijn lijnen corrigeren zichzelf, vormen vallen uiteen en de betekenis is onvast. Dat wat zichtbaar wordt, bevindt zich tussen herkenning en ontregeling. Schrijven is geen uitleg van het lichaam, het  is een verlenging ervan.

 

Het lichaam is geen object maar een toestand.

Ik kijk,

ik ben ’t kwijt.

Ik teken,

ik kijk.

Is het de MDMA of is het oprechte aantrekking? Wil ik hem, wil ik iemand, wil ik dit gevoel? Zijn haar zit rommelig en zijn ogen laten blijken dat hij alcohol heeft gedronken. Ze zijn te glazig, en dat maakt hem zo godverdomme aantrekkelijk! Waarom werkt dit? Dit mag niet werken! Waarom voel ik me zoveel meer thuis? Ik wil zijn aandacht. Ik wil hem? Ik wil dat hij mij wil. Hij maakt me onrustig. Verlangen voelt niet  meer als een keuze, verlangen beweegt door mijn lichaam heen.

 

Ik zeg dat ik hem wil kussen, en het is wederzijds!! Hij wil mij ook kussen! Is het bij hem de alcohol of is hij oprecht aangetrokken tot mij? Hij is zat, maar maakt dat hem volledig van de kaart? We kussen niet. We blijven in dat vreemde spanningsveld hangen; we blijven zweven in de ik-wil-je-maar-we-doen-niks-spanning. Zijn mond zit vlak bij mijn oor, en mijn lichaam reageert op zijn stem.

Controle heeft me altijd overeind gehouden.

Denk ik?

Ik ben dat

ambivalente,

koppige,

expressieve,

grensverkennende,

vormbrekende,

lichaam.

Ik nam mijn lichaam als een plaats.