Alle ecosystemen worden gevormd door langdurige, met tussenpozen terugkerende processen van rampspoed en aanpassing. Ze zijn niet alleen het resultaat van de lange geschiedenis van de aarde, maar ook relationele netwerken van vele verschillende organismen en entiteiten. Om deze complexe omgeving te doorgronden en een gevoel van orde te behouden, spreken, schrijven, onderscheiden en vergelijken mensen, en creëren ze miljoenen afbeeldingen die de natuur weergeven. In onze poging om alle levende wezens te classificeren, hebben we vele verschillende taxonomieën opgesteld.
Kinderen in stedelijke omgevingen oefenen hun taxonomische instincten door honderden Pokémon-namen uit het hoofd te leren en veel verschillende dinosaurussoorten te classificeren. De verbeelding is altijd een waardevolle plek geweest om te oefenen, te experimenteren en te spelen, om abstracties te creëren van de realiteiten die we kennen; wetenschappers hebben hun verbeelding nodig om hypothesen te formuleren, terwijl dichters deze gebruiken om nieuwe verbanden tussen woorden te vinden.
De grenzen tussen differentiatie en creatie zijn niet altijd duidelijk. De bijbelse scheppingsmythe beschrijft misschien een alwetende godheid die nieuwe dingen uitvindt, maar misschien heeft God gewoon licht van donker onderscheiden en de oceaan van de lucht gescheiden. Door selecties en scheidingen te maken in een donkere massa, kreeg de wereld vorm en kon ze worden begrepen. Evolutie gaat misschien niet over innovaties, maar over eindeloze variaties op één begin.