Marthe Merckx
ALSJEBLIEFT, HOU VAN MIJ.


Mentoren:
Simon Delobel
Jasper Rigole
Vincent Geyskens

 

 

 

IK BEN ONSTERFELIJK.

Toch?

 

Stomme, tijdloze lichamen. Door de kracht van necromantie en gedreven door een wil tot weten. Een zoektocht naar inzichten voorbij het graf en het dode lichaam. Het lijk, de pop, de mens, het dier, eigenschappen van het leven. Herrezen, ik vestig een idee van de levenloze menselijke vorm als mimetisch, een manier van imiteren, representeren en reproduceren. Als het ware een anatomisch onderzoek.

 

Te verwarren met mij, de moeder, de dochter, de vader, de kat, meneer de schrijver, mevrouw de lezer, de kunstenaar, de poppen en de verraders. Wie ben ik en wie ben jij?

 

Beweging is geen teken van leven.

 

 

 

Mijn lichaam heeft bemind,

gehuiverd, verlangd.

 

Er komt spanning op de stof en de naad. Het onvermijdelijke gebeurt, de armen scheuren van het lijf. De horror van de dood komt over mij heen en ik voel mij zoals een beest, het enige dat overblijft is schaamte.

 

 

Kijken naar de wereld door de ogen van een kakkerlak die niet snapt waarom onredelijkheid met de redelijkheid beantwoord moet worden.

Onrechtvaardigheid rechtvaardig beoordeeld dient te worden.

 

Mij terugtrekken in een schelp van treurnis.

Ik zal vroegtijdig sterven, hier ben ik zeker van.

 

 

Maak ze niet vuil, alsjeblieft.

Laat ze niet vallen, het is fragiel.

Wees voorzichtig, ik ben bang.

 

 

J’ai également peur de m’attacher à toi, de devenir amoureuse. Mais je crois que ça commence à être trop tard!

 

Ik denk aan jou.

C’est comme ça qu’on dit?

 

Gros bisous,

Mijn liefste.