Een voortdurend onderzoek naar vorm ligt ten grondslag aan deze praktijk,
met de cirkel als terugkerend maar onstabiel uitgangspunt. Deze is nooit vaststaand: hij verschuift, vervormt en neemt verschillende rollen aan binnen een fictieve beeldtaal. Soms verschijnt hij als een herkenbaar symbool, dan weer als een structureel element binnen de compositie, waardoor zijn betekenis open en veranderlijk blijft.
De kern wordt gevormd door het samenspel tussen vorm, lijn en kleur. Tekenen is essentieel: de focus ligt op hoe een lijn ontstaat door druk, herhaling en onderbreking, waardoor het tekenen zelf zichtbaar blijft. In plaats van een oppervlak te vullen, wordt het opgebouwd door ritmes en sporen van beweging, waarbij elke markering bijdraagt aan de algehele spanning van het beeld.
Kleur fungeert als een actieve kracht in plaats van als een aanvulling. Het kan de vorm versterken, verstoren of zelfs vervangen, en zo bepalen hoe het werk wordt gelezen en ervaren. Door contrast, herhaling en onverwachte combinaties genereert kleur een veranderende dynamiek die het beeld in beweging houdt.