Wat als het landschap zelf het antwoord is? Die vraag stond centraal in een ontwerpopgave voor de Brugse Ommelanden, waarbij we als multidisciplinair team een toekomstvisie mochten uitwerken voor het jaar 2100. Een landschap dat vandaag onder druk staat. Eeuwen van bedijking, ontwatering en menselijke sturing hebben het poldergebied rond Brugge veerkracht gekost. In de winter wateroverlast, in de zomer droogte en een groeiende verzilting die landbouw en natuur bedreigt.
Veenkracht vertrekt vanuit die paradox. In plaats van het bestaande beheer verder door te zetten, draaien we aan de knoppen van het landschap zelf. Het focusgebied is de Meetkerkse Moeren, het laagste punt van het ommeland, een voormalig veengebied dat door ontginning volledig afhankelijk is geworden van kunstmatige ontwatering. Door de bestaande sluizen stap voor stap hoger te zetten laten we het water terugkeren, en maken we ruimte voor veenvorming: een ecosysteem dat water vasthoudt, zuivert en koolstof opslaat, en zo een katalysator vormt voor noodzakelijke vernatting in het gehele landschap.
Die vernatting verandert ook hoe het land gebruikt wordt. Samen met de huidige gebruikers verkenden we welke nieuwe vormen van landbouw en natuur in dit nattere landschap mogelijk zijn. Die zoektocht leidde tot een reeks van toekomstboeren die ecologie en economie met elkaar verbinden.
Vlak naast de stad groeit de plek zo uit tot een eerste echte groenpool van Brugge. Een landschap dat koelt, zuivert, produceert en ruimte biedt om te ademen.