Verbannen worden, verstoken van de bescherming van de wet, biedt de vrijheid om rechtvaardigheid opnieuw vorm te geven. In 1945 vond een Egyptische boer bij de stad Nag Hammadi een kruik met daarin een bundel gnostisch-christelijke geschriften. Deze waren niet in de Bijbel opgenomen en de schrijvers werden als ketters veroordeeld. De geschriften nodigen uit tot een persoonlijke geloofsbeleving die voortkomt uit innerlijk gezag en geven vrouwelijke apostelen, waaronder Maria Magdalena, een stem. ‘Exiled Salvation’ is een onderzoek naar de motieven achter deze daad van uitwissing en veroordeling, een fysiek en sonisch onderzoek met muziek samengesteld door Arend Dever.
Met dank aan
Arend Dever voor de muziek
Ula Sickle als praktijkmentor
Lars Kwakkenbos als scriptiementor
Emma Ostyn als fotograaf
Bardia Mohammed voor de techniek
Frederik Le Roy als coördinator
Dank aan mijn klas: Noa Van Dongen, Melanie Barelds, Lander Merckx, Cyrille Ribel, Marte Lambaerts, Lena Dirckx, Roos Degraeve, Tist De Maeyer en Domien Huybrechts.
Dank aan alle andere masterstudenten: Rinus Martha Chaerle, Anaïs Maes, Milan Mitera, Gudrun Moreau, Dorelia Schraven en Casper Schoolmeesters
Voor mijn masterproef heb ik de apocriefe Nag-Hammadi-geschriften uit het Nieuwe Testament onderzocht samen met mijn beste vriend Arend als muzikant. Deze teksten zijn heel cerebraal en missen belichaming. Daarom werkte ik samen met mijn mentor Ula Sickle uit hoe de teksten als een monotone metronoom wrijven tegen fysieke choreografie. Samen met Arend onderzochten we hoe ontbrekende tekstfragmenten overgaan in geluid, alsook wat dat ritmisch met de choreografie doet. Voor de belichaming vertrok ik uit de Byzantijnse iconografie van heiligen, hoe ik in en uit een sculptuur geraak, hoe beelden kunnen kristalliseren. De fase hiertussen gaf me inspiratie om in de verbeelding van materie te duiken. Dit element van materie en de transformatie ervan viel samen met de alchemische praktijken van verketterde groepen, wat ik een belangrijk onderdeel vond om ook te belichamen. Hoe alchemische wetenschap een toestand kan worden en waar de poëzie ligt. De poëzie van wat verloren geraakt in vertaling en een verlangen naar transcendentie. Dit voelde als een waardevoller onderzoek dan een representatie van het verketteringsproces met terug een patriarchale autoriteit. Eerst was dat wel het uitgangspunt door het gebruik van muziek/geluid en hoe dat kan worden bestuurd, als metafoor voor autoriteit over de waarheid, maar doorheen het proces voelden Arend en ik ons meer als twee gelijkwaardige entiteiten die door dit landschap van klank/taal/geluid bewegen en samen zoeken naar vergoddelijking vanuit de materie. De tekst van mijn masterproef bestaat uit een opsomming van 44 beginregels van de 44 teruggevonden geschriften, waaraan ik 22 geschriften heb toegevoegd die brieven aan Maria Magdalena bevatten en een onderzoek naar alchemie. De Byzantijnse kerkgezangen waren een uitgangspunt voor het geluidsmateriaal alsook de vloerpatronen door hun muzieknotatiesysteem te transmuteren naar patronen. Daar is er een grondtoon en worden alle tonen daarop verder gebouwd.
De context van het ontstaan van de apocriefe geschriften zal meer verduidelijking geven aan het gebruik van Byzantijnse rituelen/esthetiek. Hieronder volgt een historische kadering.
In 1945 werd nabij de Egyptische stad Nag-Hammadi een kruik gevonden door een boer in een grot met een bundel apocriefe geschriften uit het Nieuwe Testament. De boer had het koud en gebruikte de helft van de bundel als hout om een vuur aan te wakkeren, omdat hij de waarde van de teksten nog niet wist. De andere helft bleef bewaard, maar met ontbrekende fragmenten. Deze zijn geschreven in het Koptisch, wat een mengvorm tussen oud-Grieks en Egyptisch is.
Dit document dient als archief om de canonisatie van de Bijbel in vraag te stellen, wat gebaseerd was op apostolische traditie, oftewel successie. Tussen de 1ste en 4de eeuw na Christus hebben Kerkvaders geclaimd de twaalf apostelen persoonlijk te hebben gekend of ooggetuigen van Jezus’ openbaring te zijn geweest. Deze lijn van successie werd als enige correcte gids voor het samenstellen van ware geschriften gebruikt, terwijl het in eerste instantie diende om Joodse invloeden uit de geschriften te schrappen en een soort purisme na te streven. Op die manier probeerde men Jezus’ Joodse afkomst en invloed uit te wissen, alsook de rituelen die hij gebruikte. Tot de apostelen uit het Nieuwe Testament worden enkel de mannelijke volgelingen van Jezus gerekend, ontleend aan het Griekse ‘ἀπόστολος’, wat ‘boodschapper’ betekent. Verwant aan dit woord is ‘πεμπώ’, wat ‘zenden met autoriteit’ betekent. In het vroege Christendom was er al discussie rond wie de autoriteit bezat om het woord van God te verkondigen. Een ‘apostel’ valt samen met en belichaamt dezelfde goddelijke kracht die hem heeft gestuurd. Een gemakkelijke oplossing voor dit probleem was de apostolische successie als gids, die natuurlijk ook een nauwe relatie had met de keizerlijke successie van het Romeinse rijk. De institutionalisering van de Kerk had in eerste instantie als functie om de legimitatie van keizers als goddelijk aan te sterken zoals bij Constantijn I met het ontstaan van de geloofsbelijdenis.
De geschriften die als onbetrouwbaar werden beschouwd, omdat die niet samenstrookten met traditie en/of proto-orthodoxe-theologie, bevatten voornamelijk geschriften door en voor gnostische Christenen; één van de vele vertakkingen uit het Christendom tussen de 1ste en 4de eeuw. In het jaar 380 werd het orthodoxe Christendom een staatsgodsdienst in het Romeinse rijk na een eeuwenlange achtervolging. Dit institutionaliseerde en legitimeerde de achtervolging van anders-georiënteerde Christenen en bestempelde hen als ketters. Hiervoor bevond het christendom zich in een experimentele fase waarin Jezus’ leer onder andere esoterisch werd toegepast in plaats van strikt theologisch en als een rationele handleiding voor verlossing. In deze periode, dat zich uitspant vanaf Jezus’ dood tot de oprichting van een officiële Kerk, betekende het woord ‘apocrief’ ‘verborgen of innerlijke, esoterische kennis dat buitenzintuigelijk is’. Na 380 veranderde de betekenis naar ‘vals’ of ‘onbetrouwbaar’. In deze teksten wordt het concept van zonde als een manifestatie beschreven van mensen die de weg kwijt zijn en van hun oorspronkelijke goede natuur afwijken. Dit staat in groot contrast met de Genesis die beschrijft hoe zonde inherent is aan de mens en we ons hele leven moeten werken aan de verlossing van deze zonde. Ze beschrijven het continue fenomeen van licht, Gods licht en elkaars licht, waardoor mens en God deel van dezelfde materie worden. Ik startte een wetenschappelijk onderzoek naar licht wat zich vertaalde naar de poëtische teksten in de vorm van 22 geschriften. Het was belangrijk voor me om een heel concreet en gegrond element te onderzoeken zoals hedendaagse chemie, een onderzoek naar metalen dat doorstroomde uit de alchemische praktijken van verketterde groepen. Een onderzoek naar geologie zoals aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, omdat die gelinkt zijn aan het verhitten van materie of het afkoelen ervan. Dit zorgde ervoor dat de etherische Nag-Hammadi teksten zich ook praktisch konden vertalen naar belichaming, zoals een onderzoek naar hoe het breken van licht zich fysiek vertaalde, of bewegen vanuit de vloeistoffen van het lichaam in relatie tot het waterelement. De wetenschappelijke elementen van materie vertaalden zich naar fysieke kwaliteiten en sonische texturen.
De vergoddelijking van de mens bij deze strekking roept op tot innerlijke kracht en het in vraag stellen van een externe autoriteit. Volgend fragment uit het boek van Thomas: ‘Jesus said: If those who lead you, say to you, “See the kingdom is in the sky,” than the birds in the sky will precede you. If they say to you, “See it’s in the sea,” than the fish in the sea will precede you. Rather, the kingdom is inside of you and it is outside of you. When you come to know yourselves, you will become known, but if you do not know yourselves, you will dwell in poverty and it is you who are that poverty.’ Wellicht zorgde dit onder andere voor de verkettering van deze groepen, wat de vraag opwierp ‘Wie heeft autoriteit over de waarheid?’ Door Arends inbreng, zijn we in het begin dramaturgisch op zoek gegaan naar hoe deze onderdrukking en machtsverhouding vertaald kan worden in geluid als in spel. Gelukkig zijn we daarvan afgestapt. Het geluidsmateriaal uit het tweede deel maakte ik zelf in het begin van het proces toen ik nog alleen repeteerde, later heeft Arend het materiaal onderverdeeld en bewerkt om ze als losse elementen te kunnen gebruiken wanneer het intuïtief klopte.
De vraag naar geloofwaardigheid ontstond ook uit het evangelie van Maria Magdalena, waarin beschreven staat hoe ze tijdens Jezus’ herrijzenis de kennis, gnosis, doorkreeg en dat doorgaf aan de apostelen op hun vraag, maar haar kennis plots niet werd erkend, omdat het onorthodoxe kennis zou zijn. Dit document is wellicht geschreven door een vrouwelijk persona uit de 2de tot de 4de eeuw die ondervond hoe complex het was om als vrouw serieus genomen te worden in een religieuze context en onder de pseudoniem van Maria Magdalena dit evangelie heeft geschreven. Zo zijn er nog documenten door vrouwelijke personages onder pseudoniemen geschreven die deze problematiek aankaarten, maar ook esoterische kennis doorgeven. Het verschil tussen esoterische kennis en theologische kennis werd ook onderzocht door taal die tekortschoot, verhalen die door apostelen werden doorgegeven, etc.
Wat bij de hedendaagse Byzantijnse kerk opvalt, is dat Maria Magdalena op gelijke voet aanboden wordt als andere heiligen, terwijl ze in de katholieke kerk als prostituee anoniem is. Hun iconografie toont een rijke vrouw in goud en rood, die steeds een ei vasthoudt, wat de kennis van het universum symboliseert. Zoals een dertiende apostel die de kennis doorgeeft.
De gnostische en orthodoxe teksten verlangen steeds naar verlossing, de een naar verlossing uit de onwetendheid, een verlangen naar innerlijke kennis en de ander naar een verlossing uit de erfzonde. Het uitgangspunt voor ‘verlossing’ in deze masterproef was een zoektocht naar verlossing van de wet die oordeelt tussen goed en kwaad, de Kerk. In verbanning kan er bevrijding ontstaan, omdat je wetten kan maken naar je eigen waarden en normen. Ontvoogding van een externe autoriteit geeft ruimte om innerlijke autoriteit te laten spreken.